Partner login

De Perkamentus van de meubelwereld

Snickers Workwear - Nederland

Greg McGeough is de man achter Barrell & Gunn uit Ierland. Een meubelbedrijf dat zijn eigen niche heeft gecreëerd met Japanse technologie uit de 17e eeuw en Amerikaanse industrial vintage. Het is je moeilijk voor te stellen, maar vier jaar geleden zat Greg nog in een maatpak achter een computer. Het is bijna even lastig om je te bedenken dat er een inbraak voor nodig was om de ondernemer in hem op te wekken.

Het is een woensdagavond in februari. Greg McGeough staat in zijn werkplaats en bevestigt zijn zware leren schort over zijn vele lagen werkkleding. Wanneer hij uitademt in de koude lucht, lijkt het of er wolkjes uit zijn mond komen. Hij doet het lasapparaat aan en nadert een stapel zwaar tweedehandshout dat nu een transformatie zal ondergaan met behulp van een technologie die meer dan 300 jaar oud is.

Hoe is het allemaal begonnen?

“Ik heb als uitwisselingsstudent in Kyoto in Japan gestudeerd en ben later teruggegaan om er te wonen. Ik ging naar Hi-matsuri (het vuurfestival) in een van de kleine traditionele dorpjes aan de voet van de bergen en vroeg een Japanse vriend waarom de huizen zwart waren. Dat was de eerste keer dat ik iets hoorde over Yaki Sugi en, toentertijd, was mijn Japans niet zo goed, dus het vertalen van de uitleg was bijna net zo moeilijk als het leren van de techniek. Het hout wordt gedeeltelijk verkoold boven open vuur, vervolgens geschuurd, geborsteld, geolied en grof geschuurd tot het een prachtige, gladde satijnzwarte finish heeft. Dit proces levert, naast een prachtig uiterlijk van het hout, een natuurlijke brandvertraging, waterbestendigheid en bescherming tegen insecten op. Mooi, functioneel en natuurlijk. Alles in één!”

Was dat het moment waarop je besloot om je eigen meubels te gaan produceren?

“O, nee! Ik was nog steeds bezig om de familieregel te volgen (of te proberen te volgen); studeren, een baan vinden (het liefst warm en schoon), een hypotheek aangaan enz. enz. Mijn vader is ondernemer en we hebben het altijd heel goed gehad. Hij zorgde ervoor dat we wisten hoe we onze handen moesten gebruiken, maar we werden wel in de richting van een universitaire studie gepusht, weg van overalls! Ik begon in Japan als uitwisselingsstudent en toen ik later weer terugkeerde was ik het academische leven behoorlijk zat en genoot ik van het leven als jonge buitenlander in een ander land. Terwijl ik studeerde en werkte, werd ik ook partner in een Ierse pub in het Geisha-district van Kyoto. En daar heb ik ook mijn eerste Japanse ambachtslieden en andere artiesten ontmoet. En niet verwonderlijk zorgde de combinatie van glazen met Guinness en praten over het vak ervoor dat het niet lang duurde voordat ik hals over kop verliefd was op alle traditionele Japanse dingen - kunst, ambachten en theater.”

Op welke manier manifesteerde deze nieuwe liefde zich?

“Ik werkte met Geisha en toerde met een traditioneel Japans theatergezelschap door Europa en dacht ‘Dit is het! Dit is wat ik wil!’. De werkelijkheid van het leven als expat begon tot me door te dringen en het nieuwtje van mijn werk als de stereotiepe Ierse bartender met sproeten ging er langzaam af (en ik dronk ook VEEL te veel!), dus ik verhuisde terug naar Ierland om een productiebedrijf te beginnen. Mijn timing kon niet slechter zijn geweest, want het duurde niet lang tot de recessie kwam en ik realiseerde me al snel dat mijn bedrijf niet zou overleven. Tegelijkertijd had ik een inbraak, waarbij de dieven alles van waarde meenamen. Zonder bedrijf, zonder geld en een aanstaande bruiloft moest ik improviseren. En snel ook!”

En dat betekende?

“Ik ben altijd goed met mijn handen geweest (met dank aan mijn vader!) en mijn ervaring in het familiebedrijf, met de ambachtslieden in Japan en het bouwen van theaterdecors betekende dat ik een sterke basis had om op voort te borduren. Vanwege oude theaterdecors en mijn eigen garage (ik ben een ongelofelijke verzamelaar) had ik heel veel oud hout en staal (Barell and Gunn!) en het leek me dat ik dat wel kon veranderen in iets van waarde. Zoals ik al zei waren mijn basisvaardigheden solide en Google vulde de gaten in! Het is bemoedigend om te zien hoe ontzettend veel mensen instructievideo’s op YouTube zetten - vooral de Amerikanen. In Amerika heb je een sterke cultuur en een geavanceerd Doe-het-zelf-niveau met heel veel genereuze mannen en vrouwen die bereid zijn om je te adviseren over zaken die ze nog niet tot in detail gepost hebben.

De esthetiek van Vintage Industrial komt van origine ook uit de VS (in ieder geval de versie die recentelijk zo populair is geworden). Vanaf dat moment ging het Barell & Gunn voor de wind. Ik combineerde wat de Japanners me hadden geleerd over Yaki Sugi en wat de Amerikanen me hadden geleerd over houtbewerking/lassen met hetgeen mijn vader me had geleerd over vrijwel alle andere zaken.”

Dat klinkt als iets geheel nieuws naar Ierse normen?

“Ja, het was zeer zeker nieuw en waarschijnlijk een tikje onbezonnen! Achteraf gezien weet ik niet wat me bezielde om een meubelbedrijf te beginnen op zes minuten rijden van de meest succesvolle IKEA-winkel in Europa!”

Maar hoe lukte het je om vrijwel direct klanten te vinden?

“Ik begon met verkopen van de dingen die ik had gemaakt via Done Deal, een van de grootste advertentiewebsites van Ierland. Het liep beter dan verwacht, maar ik voelde al vrij snel dat ik een meer persoonlijk forum nodig had. Een showroom in de hoofdstraat van Dublin zou leuk geweest zijn, maar ik had (en heb nog steeds niet) het kleine fortuin dat daarvoor nodig is. Dat geldt ook voor traditionele advertenties: Uit mijn theaterdagen herinnerde ik me hoe duur het was om te adverteren, 1500 Euro voor een kleine krantenadvertentie die meestal maar tien extra kaartjes opleverde. Het viel me op hoe steeds meer ondernemingen hun marketing via Facebook bedrijven en het idee van een ‘live’ dialoog met mijn klanten stond me wel aan. Direct contact met een markt die absoluut geen idee heeft van wie je bent of wat je verkoopt, leek me belangrijk en, nog belangrijker, het was goedkoop!
Via Facebook kun je eerlijk met de markt communiceren - geen steriele, opgeschoonde “stemloze” taal. Ik heb een paar keer problemen gehad met het marketingteam van Facebook voor de vloeken in sommige advertenties, maar ik denk dat we elkaar nu begrijpen en de resultaten zijn daar het bewijs van. Heel veel mensen willen eerst weten wie je bent voordat ze kopen wat je verkoopt!”

Dus wat was het resultaat?

“Ik heb nu 15.000 volgers en een groot aantal daarvan zijn terugkerende klanten. Een jaar geleden had ik er nog maar 1.000, dus de cirkel groeit snel... en ik ben Mark Zuckerberg een dikke knuffel verschuldigd.”

Je bent helemaal, 100%, gegaan voor unieke meubels, speciaal gebouwd voor de individuele klant, zonder een permanent productassortiment.

Hoe werkt dat praktisch als iemand een bestelling plaatst?

“Het overgrote deel van de klanten geeft er de voorkeur aan om de werkplaats te bezoeken. Volgens mij willen ze gewoon controleren of ik echt besta en of ik niet iemand ben die ze bedonderd vanachter mijn computerscherm vandaan! Ze nemen bijvoorbeeld een moodboard, een conceptfoto of zelfs een kant-en-klare tekening mee. Dat maakt voor mij niet uit. Op het gevaar af arrogant te klinken – ik kan alles maken wat ze willen. Zolang het maar om meubels gaat – ik voel er niets voor om protheses of vliegtuigen te bouwen!”

En je raakt er niet door gestrest dat het hier helemaal niet op een showroom lijkt?

“Nee, helemaal niet. Ik denk zelfs dat de ruwheid, de smeerolie en de algemene puinhoop een deel van de aantrekkingskracht vormen, wanneer mensen hier komen. Dit is zoals het altijd is en deze rommeligheid geeft de klanten een gevoel van authenticiteit en het vertrouwen dat hier echt gewerkt wordt. Bovendien, hoe leuk is het om in een steriele, verwarmde winkel in de rij te staan om te betalen voor een meubel dat alle anderen ook hebben?”

Vind jij dat jouw meubels duur zijn?

“De prijzen liggen ongetwijfeld op een wat hoger niveau. Niet omdat het materiaal duur is, maar vanwege de tijd die in elk afzonderlijk meubelstuk wordt gestoken. Wij, mijn kleine ploeg en ik. stoppen maar zelden voor negen uur ‘s avonds met werken. Maar aan de andere kant proberen we het ook niet iedereen naar de zin te maken. De mensen die geïnteresseerd zijn in onze producten hebben het pad van massaproductie-meubels al verlaten. Ze hebben ingezien dat ze een fantastische kwaliteit krijgen voor een relatief klein bedrag, maar dat hun buren op exact dezelfde bank zitten. De klanten die wij krijgen zijn meestal op zoek naar iets dat specifiek voor hen is gemaakt en uniek is.”

Beschrijf je typische klant.

“Er is eigenlijk geen ‘typische klant’. Het merendeel van mijn klanten zijn vrouwen, maar dat komt volgens mij omdat vrouwen over het algemeen proactiever en betere projectmanagers zijn, Zij zijn dus meestal degenen die het initiatief nemen om een concept te ontwikkelen en contact op te nemen. Het was eigenlijk best verbazingwekkend toen ik voor het eerst die trends waarnam in de marketinganalyses. Ik had waarschijnlijk enkele vooroordelen, maar ik dacht echt dat Vintage Industrial meubels iets voor mannen zouden zijn. Staal en hout, man-caves, vrijgezellenflats, dat soort dingen. Maar ik heb ontdekt dat het OVERGROTE merendeel van mijn favoriete online designinspiratie afkomstig is van combinaties die door vrouwen zijn ontworpen. Begrijp me niet verkeerd, mannen zijn een zeer belangrijk onderdeel van mijn doelgroep, maar het was een aangename verrassing om te zien hoe enthousiast vrouwen zijn over Vintage Industrial design.”

Hoe is je belangstelling voor materialen en technieken ontstaan?

“Ik zeg meestal dat het me met de paplepel is ingegoten. Of dat het door mijn aderen loopt. Mijn moeder heeft acht broers en zussen. Vijf daarvan werken op een of andere manier met meubilair. Dus toen ik opgroeide werd ik omringd door allerlei discussies over meubels en textiel. Ik probeerde al heel vroeg mijn vader zo ver te krijgen dat hij investeerde in stevige werkkleding voor zijn bedrijf, dat zich bezighoudt met machines voor afvalbeheer. Maar deze inspanningen werden afgedaan met een resoluut nee en een misschien zelfs een tikje minachting.”

Hoezo?

“Mijn vader was (en is tot op zekere hoogte nog steeds) ouderwets. Werkkleding is voor hem een overall. Punt. Het idee om geld te investeren in werkkleding vindt hij belachelijk en om naar werkkleding te verwijzen als ‘ontwerpen’ is lachwekkend. Ik had niet zulke sterke opvattingen. Wat ik wel had, waren zere knieën, een nat achterwerk en verder was alles koud, zo koud. Ik kocht mijn eerste Snickers broek een week na de introductie hier in Dublin. De week daarop, op betaaldag, ben ik teruggegaan om een shirt met lange mouwen en een fleecetrui te kopen. De week daarna een muts en handschoenen. Ik leef echt in angst dat mijn vrouw ontdekt hoeveel geld ik in de loop der jaren heb uitgegeven aan Snickers Workwear – het enige dat ik jammer vind is dat ik niet de hele catalogus kan kopen! Want echt, wanneer je met je handen werkt, is je kleding je kantoor. Wanneer je je koud, nat en ellendig voelt, heeft het werk daaronder te leiden. De kleding is functioneel, comfortabel en voegt volgens mij iets toe aan het imago dat je aan de klant presenteert - iets dat je niet krijgt wanneer je een oude jeans en een paar versleten sweaters draagt! De thermische basislaag is, ik zweer het, een van mijn beste vrienden.”

Je collega’s noemen je een Snickers-fanaat. Ben je het met ze eens?

“Ja. Snickers Workwear en Star Trek - de twee grote liefdes in mijn leven. Je merkt zonder enige twijfel dat Snickers Workwear is ontworpen door professionals voor professionals. En dan bedoel ik dat je het gevoel krijgt dat de designers zelf de kleding hebben gedragen en getest. Er zit stretchstof op de juiste plaatsen, bescherming waar dat echt nodig is en alle slimme eigenschappen die ik zelf ook zou hebben bedacht. En vooral ook – een uitstekende ventilatie. Ik werk veel met vuur en ik ben nooit erg bezweet of koud zodra het hout is verbrand. En, om mijn huwelijk dit interview te laten overleven, wil ik mijn eerdere uitspraak wijzigen in ‘de drie grote liefdes van mijn leven; mijn vrouw, Snickers Workwear en Star Trek.”

Ik zie dat je van top tot teen in Snickers gekleed gaat. Wat heb je nu aan?

“Oké, om onderop te beginnen, ik draag Solid Gear Phoenix GTX laarzen, hun thermische sokken en thermisch ondergoed. Ik heb ook mijn favoriete broek aan, een riem, een halswarmer,
handschoenen, een thermisch t-shirt, shirt, microfleece jas met body mapping, allemaal onder een soft shell jacket.”

Mist er volgens jou iets in het productassortiment?

“Gezien het feit dat ik enkele uren per week hout sta te verbranden of te lassen zou ik graag een reeks zien die is ontworpen voor lassen. Nu bind ik mijn leren schort voor, maar loop nog steeds het risico dat een vonk mijn Snickers beschadigt. Gisteren ging ik uit mijn dak omdat ik een klein gaatje in de mouw van mijn jack had gebrand. Echt, een ware, kinderachtige, vreselijke driftbui, misschien moest ik zelfs wel een traantje wegpinken.”

Nu we het toch over duurzaamheid en lange levensduur hebben, jouw meubels zien eruit of ze eeuwig meegaan. En veel van het hout dat je gebruikt is gerecycled.

Wordt jouw artistieke stijl gevoed door een bewuste gedachte aan duurzaamheid?

“Ik zou die vraag graag met ja beantwoorden, maar het milieuvriendelijke aspect van wat ik doe is eerlijk gezegd meer per ongeluk dan dat bij het design hoort. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het geweldig dat Barell & Gunn zo milieuvriendelijk mogelijk is en ik probeer dat nu ook bewust zo te houden, maar in het begin was het gewoon een kwestie van esthetiek en het vinden van mijn eigen niche op de markt.”

En als we het hebben over erfgoed, bouw je een bedrijf op voor je kinderen?

“Nee. Ik geloof niet dat erfgoed rond een bedrijf of een ding moet worden geconcentreerd. Ik zou er de voorkeur aan geven als mijn erfgoed zou zijn dat mijn gelukkige, gezonde kinderen gelukkige, gezonde en waardevolle volwassenen worden. Het kan me niet schelen hoe ze dat doen zo lang het maar niet gepaard gaat met heroïne of terrorisme. Ik wil echter wel het recht behouden om te zeuren over hoe ik Barrell & Gunn ben begonnen in een ijskoude garage met slechts enkele tweedehands gereedschappen en net zo veel Snickers Workwear als ik me kon veroorloven!”

Ontdek meer ↓

Lente/Zomer 2018

Mis ons nieuwe digitale magazine voor lente/zomer 2018 niet, waar we onze topkeuzes van het seizoen, interviews, gidsen en nog veel meer presenteren. Bekijk het magazine hier als pdf online.

Lees het magazine

Vraag het ons